Erik Braam’s Weblog

Vanaf begin december 2005 is dit het ‘portaal’ waar je onze ervaringen kunt lezen en later ook foto’s van ons verblijf in Indonesië en Australië kunt bekijken. Hopelijk beleven jullie hieraan net zoveel plezier als wij! Groetjes, Mirjam en Erik.

Dag 10 (12-12-05): Van Yogya naar Pandan House

Vandaag ondernemen we de reis naar Pandan House, de vakantievilla op Bali. Dit huis zal als een soort van uitvalsbasis dienen voor onze vakantie. Voor diegenen die het nog niet weten, de huidige website van Pandan House heb ik gemaakt. Via een omweg (bedankt Paula!) ben ik ruim twee jaar geleden in contact gekomen met de eigenaar van Pandan House. Omdat ik het niet kon laten, heb ik destijds op basis van de website die er toen was, ongevraagd het huidige ontwerp gemaakt dat, zo bleek later, goed in de smaak viel. Sindsdien onderhoud ik de site ook en zetten we Google AdWords in om meer traffic te generen. Zodoende is er een band ontstaan met het Pandan House die er toe heeft geleid dat we toch wel eens heel graag het echte huis (villa + bungalow) willen bekijken.

Maar voor het zover is, zullen we toch eerst het vliegtuig moeten nemen naar Bali. Een paar dagen geleden hebben we al tickets van Garuda Indonesian gekocht. We hadden al voor circa 28 Euro per persoon kunnen vliegen, maar dan komen we rond 10 uur ’s avonds aan. Aangezien het 2,5 uur rijden is van het vliegveld naar Pandan House en we dan midden in de nacht zouden arriveren, willen we dat onze gastheer niet aandoen.

’s Ochtends voor de laatste keer over Maliboro Street geslenterd, hier kennen we het inmiddels wel. Tijd om verder te gaan, dus pakken we de taxi naar het vliegveld. We hebben nog de keuze tussen met en zonder taximeter, maar we kiezen voor de veiligheid toch maar met meter. Op het vliegveld aangekomen (een beetje een triest geheel), blijken er wel vier gates te zijn. Niet met van die sleuven, maar gewoon vier deuren naast elkaar, echt waar. Je loopt vervolgens naar buiten en stapt in het vliegtuig dat voor je staat.

De vlucht zelf duurt net iets meer dan een uur. Eenmaal aangekomen op het vliegveld van Bali in Denpasar, treffen we onze gastheer al snel. Ik herken hem natuurlijk van de foto’s van de website. Bovendien heeft ie een beetje een vierkant hoofd, dus zelfs aan zijn silhouet herken ik ‘m al. Zijn naam is Nyoman, een bijzonder aardige en beleefde man, zo blijkt al snel. Hij begeleidt ons nog naar de balie van diverse luchtvaartmaatschappijen, want we willen nog altijd tickets naar Sydney zien te bemachtigen. Die zijn er ook wel (zelfs op deze korte termijn), maar we willen eerst weten waar we niet teveel betalen. Jammer genoeg heeft Malaysia Airlines geen rechtstreekse vlucht, zodat deze maatschappij helaas afvalt. Iemand nog suggesties?

Omdat de klok hier weer een uur is opgeschoven ten opzichte van Java (nu 7 uur tijdsverschil met Nederland), blijft het een uur langer licht. Daardoor krijgen we de kans alvast wat van Bali te zien op weg naar onze nieuwe verblijfplaats. Plotseling komt de regen met bakken uit de hemel vallen en wordt de weg soms moeilijk begaanbaar. Wanneer het weer droog is, maar ook bijna donker, wordt de weg steeds smaller en bochtiger. Gelukkig is Nyoman een ervaren chauffeur (hij is vroeger buschauffeur in Denpasar geweest) en hij brengt ons uiteindelijk naar de laatste kilometer van onze rit. Dit stuk weg heeft geen asfalt, maar we zien nog een leuk tafereeltje: een vrouw loopt met een tafel op haar hoofd. Niet gewoon een tafel, nee, een tafel kompleet gedekt met allerlei potjes en pannetjes. De dame in kwestie heeft namelijk eten verkocht in het dorp en loopt nu gewoon met haar kraampje op haar hoofd weer naar huis. Efficiënt toch?

Dag 9 (11-12-05): Yogyakarta en de Prambanan

Voor de verandering hebben we vannacht allebei goed geslapen. Sinds gisteravond 22:00 uur regent het en daardoor is het meteen een stuk koeler. Vanochtend hebben we eerst maar eens van hotelkamer gewisseld: ons toilet zat dusdanig verstopt dat er iets moest gebeuren. Naderhand blijkt dat we geen toiletpapier mogen gebruiken. Dat staat namelijk op de deur van de ‘badkamer’ van onze nieuwe kamer, maar helaas niet op onze oude kamer. Je dient hier gebruik te maken van een slang en je kont (sorry) af te spoelen met water.

Na een lekker bakkie Lavazza koffie in de best wel luxe shoppingmall aan de Maliboro Street (ze beginnen ons daar al te kennen), gaan we richting het Kraton (paleis van de sultan). Daar zijn we al eens eerder geweest, maar toen was er gezang te horen op de binnenplaats. Nu hopen we een originele dansceremonie mee te maken.

En die is er! Bijzonder fraaie kostuums en met veel passie en controle over hun lichaam wordt de dans door verschillende, zowel mannelijke en vrouwelijke dansers ten uitvoering gebracht. Met enige fantasie is er ook nog een soort van verhaal in te herkennen. In ieder geval veel boeiender dan het schimmenspel van gisteravond!

Na een lekkere lunch in een plaatselijk tentje (we passen ons al steeds meer aan aan de lokale omstandigheden en kijken nog maar van weinig vreemd op), willen we richting reisbureau om ons tripje naar de Prambanan te boeken. Maar voordat we het restaurantje uit kunnen lopen, krijgen we van de eigenaresse een doek mee. Een doek waarin hier babies worden gedragen in plaats van een kinderwagen te gebruiken. Mirjam had namelijk aan de dame gevraagd hoe nu precies zo’n doek gedragen/geknoopt moet worden. Aardig van die dame hè? Ze zegt geen fooi te willen ontvangen, maar helemaal zeker zijn we er niet van…

Zo’n 17 km naar het oosten ligt de Prambanan. Net als de Borobudur een monument dat je gezien moet hebben. Een andere overeenkomst is dat we ook hier ‘overvallen’ worden door kinderen van rond de 12 die hun Engels in de praktijk willen brengen. Je moet dan ook niet raar opkijken als ze je ’s middags aanspreken met “Good morning mister”. Foto’s, adressen en handtekeningen van ons zijn enorm populair. Mirjam vindt het als snel wel best, maar ik kan die aarzelende en verlegen blikken niet weigeren: kom maar met ons op de foto hoor! Als grap gaan we ook maar eens foto’s van hun maken, we hebben inmiddels een hele collectie. Iemand doet de suggestie om er maar geld voor te vragen; zo zouden we onze vakantie kunnen terugverdienen…

Dag 8 (10-12-05): Yogyakarta

De hitte en de slechte nachtrust spelen ons nog altijd parten. Ondanks airco slapen we allebei slecht en hebben we het gevoel de hele nacht wakker te liggen. We staan dus redelijk brak op, maar na een frisse douche (in het huidige hotel hebben ze water maar in één ‘smaak’, namelijk koud; er is niet eens een knop voor warm water!), kunnen we er weer even tegenaan. Vandaag hebben we eerst het Tourist Office nog maar eens bezocht. Daar treffen we de eerste kale Indonesiër aan! We hebben natuurlijk meteen een goed gesprek over hoe vaak scheren enzo, je kent dat wel, kale mannen onder elkaar…

Mirjam wil graag weten of er een leerfabriek in de buurt is. Nou, die is er en die hebben we meteen bezocht. Ook nu weer met ’n Becak, een fiets met een soort van bankje voorop. We treffen dezelfde ‘taxichauffeur’ als die van een paar dagen geleden. Tja, ook dat schept een band. In de leerfabriek blijkt alles nog met de hand te gaan, ook het stikken van de naden. Eerst prikken ze gaatjes in het leer en iemand anders naait het verder aan elkaar. Erg leuk om eens bij een ‘concurrent’ van Mirjam d’r bedrijf te kijken.

Daarna bezoeken we een bedrijfje waar ze zilveren sieraden maken. Het is ongelooflijk wat ze met simpel gereedschap kunnen maken. Je gelooft haast niet dat ze dat zonder vergrootglas kunnen fabriceren. En allemaal vanuit de ruwe grondstof. Als echte Hollanders kopen we natuurlijk niets, we houden meer van goud… De rit met de Becak wordt helaas ruw onderbroken, doordat we te maken krijgen met een… lekke band! De volgende Becak-chauffeur (een oud baasje) laten we halverwege de terugreis maar stoppen. We zijn bang dat ie het einde niet haalt, zo langzaam en moeizaam gaat het allemaal. En dat allemaal voor 2.000 Rupia (zo’n 18 Eurocent), dat willen we niet op ons geweten hebben. We geven hem uiteindelijk 5.000 Rupia, ook al zijn we pas halverwege.

De middag gebruiken we om een beetje bij te komen en te relaxen. Op de Becak zijn we allebei weer een beetje aan het verbranden geslagen. Voor Mirjam is ontspannen een goed boek lezen bij een kop koffie verkeerd in het lokale winkelcentrum, en voor mij dus een beetje typen in een warm en donker Internet-café (ieder z’n hobby). Je vraagt je af waarom die Indonesiërs niet wat meer licht ontsteken, alles gaat hier in het donker (erg handig ook: zwarte toetsenborden met van die vervagende witte letters erop, en dat in deze duisternis…). Via het Internet ben ik op zoek naar mogelijkheden om met Kerst en Oud & Nieuw in Australië (Sydney e.o.) te verblijven, maar dat valt nog niet mee.

’s Avonds zijn we naar het poppendansen (schimmenspel) gaan kijken. Eerst maar eens kijken hoe ze die poppen maken. Die poppen blijken dus van leer te zijn. Ondanks dat de poppen vanachter een scherm worden getoond, worden ze minutieus geschilderd. Opnieuw valt op hoe gedetailleerd e.e.a. wordt beschilderd. Echt prachtig. Dan het poppenspel zelf, ahum. Had ik al verteld dat de belangstelling enorm is? Naast Mirjam en mijzelf is er… niemand! Het gezelschap (gamalan-orkest, zangeressen en één poppenspeler) bestond wel uit twaalf mannen en vrouwen. We waren dan ook van mening dat we van deze twee uur durende voorstelling moesten genieten, zo helemaal speciaal voor ons. Echter, hoe we ook onze best deden, na 40 minuten hebben we er de brui aan gegeven en zijn we stilletjes weggeslopen. Zouden ze het gemerkt hebben en zouden ze gewoon blijven doorspelen? Er was helaas geen touw aan vast te knopen aangezien er toch nog flink wat tekst bij kwam kijken waar we weer eens niets van verstonden. We vonden het eerlijk gezegd best wel slaapverwekkend, cultuurbarbaren als we zijn…

Aan het eind van de avond nemen we plaats op een bankje in de hoofdstraat van Yogyakarta, namelijk Malioboro Street. Er rijden brommertjes af en aan, met allemaal jongelui (twee jongens, twee meisjes, soms een jongen met zijn meisje en in een enkel geval papa, mama en daartussen en achterop nog een paar kinderen). Is dit de nieuwe manier van flaneren op zaterdagavond? We nemen er de tijd voor om te kijken of sommigen wellicht meerdere malen voorbij komen rijden (we kunnen ons niet voorstellen dat het allemaal naar één bestemming rijdt), maar het zijn er zoveel dat ons dat niet gaat lukken. Het maakt ons wel moe…

Dag 7 (09-12-05): Vanuit Yogyakarta naar Borobudur

’s Middags bezoeken we de Borobudur. Via een reisbureautje hebben we een tripje geboekt met een minibusje naar het Unesco-monument zo’n 40 km verderop. De maximale groepsgrootte zou 12 personen bedragen, maar we blijken met z’n… tweeën te zijn. Het busje waarin we zitten is nogal aan vervanging toe, maar de airco doet het! We hebben de zgn. Borobudur Sunset-trip geboekt. Hierbij is het de bedoeling dat je een geweldige zonsondergang te zien krijgt. Helaas regent het op de heenweg en is het nogal bewolkt. Eenmaal aangekomen houdt het op met regenen en is de temperatuur een stuk aangenamer geworden. De tientallen mensen die ons een paraplu te huur aanbieden (ja ja, ze spelen hier goed in op vraag en aanbod), zijn dus helaas te laat.

Dan de Borobudur zelf, die is erg indrukwekkend. Geen wonder dat het jaren geleden door z’n fundering is gezakt, zo groot is het. Voordat dit toch allemaal klaar was, daar zijn echt jaren overheen gegaan. Het meisje dat ons begeleidt blijkt maar weinig van de Borobudur af te weten, maar gelukkig hebben we zelf al e.e.a. in de reisgids gelezen en zijn we sowieso niet echt geïnteresseerd in het hele levensverhaal van Boedha dat is uitgebeeld in allerlei reliëfs in de volle breedte (of moet ik zeggen rondte) van het monument. Niet dat onze gids dat verhaal wel zou kunnen vertellen… Ik hoop snel foto’s toe te kunnen voegen.

Bovenop stuiten we op een grote groep ‘studenten’ van rond de 12 jaar uit het Oosten van Java. Of we met hun op de foto willen? We kijken eerst achterom om te kijken of ze iemand anders bedoelen, maar nee, ze willen echt met ons op de foto. Als ik de gids goed begrepen heb, kunnen ze daarmee studiepunten verdienen, want hé, ze hebben immers hun Engels in de praktijk gebracht (verder dan ” hé mister, how are you?” komen ze overigens niet). We (oké Mirjam, met name ik) voelen ons net filmsterren, zoveel fotoapparaten komen er ineens tevoorschijn. Maar het blijft leuk om te zien hoe ze je verlegen aan kunnen kijken, nog te bang om iets te zeggen, laat staan te gebaren…

Bij de uitgang van het complex is een compleet dorp aan souvenirstalletjes gebouwd, maar omdat het bijna sluitingstijd is, komen we er zonder al te veel nee schudden goed vanaf (@Pa, niet te vergelijken met de souvenirstalletjes bij de Chinese Muur, weet je nog?).