Erik Braam’s Weblog

Vanaf begin december 2005 is dit het ‘portaal’ waar je onze ervaringen kunt lezen en later ook foto’s van ons verblijf in Indonesië en Australië kunt bekijken. Hopelijk beleven jullie hieraan net zoveel plezier als wij! Groetjes, Mirjam en Erik.

Dag 9 (11-12-05): Yogyakarta en de Prambanan

Voor de verandering hebben we vannacht allebei goed geslapen. Sinds gisteravond 22:00 uur regent het en daardoor is het meteen een stuk koeler. Vanochtend hebben we eerst maar eens van hotelkamer gewisseld: ons toilet zat dusdanig verstopt dat er iets moest gebeuren. Naderhand blijkt dat we geen toiletpapier mogen gebruiken. Dat staat namelijk op de deur van de ‘badkamer’ van onze nieuwe kamer, maar helaas niet op onze oude kamer. Je dient hier gebruik te maken van een slang en je kont (sorry) af te spoelen met water.

Na een lekker bakkie Lavazza koffie in de best wel luxe shoppingmall aan de Maliboro Street (ze beginnen ons daar al te kennen), gaan we richting het Kraton (paleis van de sultan). Daar zijn we al eens eerder geweest, maar toen was er gezang te horen op de binnenplaats. Nu hopen we een originele dansceremonie mee te maken.

En die is er! Bijzonder fraaie kostuums en met veel passie en controle over hun lichaam wordt de dans door verschillende, zowel mannelijke en vrouwelijke dansers ten uitvoering gebracht. Met enige fantasie is er ook nog een soort van verhaal in te herkennen. In ieder geval veel boeiender dan het schimmenspel van gisteravond!

Na een lekkere lunch in een plaatselijk tentje (we passen ons al steeds meer aan aan de lokale omstandigheden en kijken nog maar van weinig vreemd op), willen we richting reisbureau om ons tripje naar de Prambanan te boeken. Maar voordat we het restaurantje uit kunnen lopen, krijgen we van de eigenaresse een doek mee. Een doek waarin hier babies worden gedragen in plaats van een kinderwagen te gebruiken. Mirjam had namelijk aan de dame gevraagd hoe nu precies zo’n doek gedragen/ geknoopt moet worden. Aardig van die dame hè? Ze zegt geen fooi te willen ontvangen, maar helemaal zeker zijn we er niet van…

Zo’n 17 km naar het oosten ligt de Prambanan. Net als de Borobudur een monument dat je gezien moet hebben. Een andere overeenkomst is dat we ook hier ‘overvallen’ worden door kinderen van rond de 12 die hun Engels in de praktijk willen brengen. Je moet dan ook niet raar opkijken als ze je ’s middags aanspreken met “Good morning mister”. Foto’s, adressen en handtekeningen van ons zijn enorm populair. Mirjam vindt het als snel wel best, maar ik kan die aarzelende en verlegen blikken niet weigeren: kom maar met ons op de foto hoor! Als grap gaan we ook maar eens foto’s van hun maken, we hebben inmiddels een hele collectie. Iemand doet de suggestie om er maar geld voor te vragen; zo zouden we onze vakantie kunnen terugverdienen…

Dag 8 (10-12-05): Yogyakarta

De hitte en de slechte nachtrust spelen ons nog altijd parten. Ondanks airco slapen we allebei slecht en hebben we het gevoel de hele nacht wakker te liggen. We staan dus redelijk brak op, maar na een frisse douche (in het huidige hotel hebben ze water maar in één ‘smaak’, namelijk koud; er is niet eens een knop voor warm water!), kunnen we er weer even tegenaan. Vandaag hebben we eerst het Tourist Office nog maar eens bezocht. Daar treffen we de eerste kale Indonesiër aan! We hebben natuurlijk meteen een goed gesprek over hoe vaak scheren enzo, je kent dat wel, kale mannen onder elkaar…

Mirjam wil graag weten of er een leerfabriek in de buurt is. Nou, die is er en die hebben we meteen bezocht. Ook nu weer met ’n Becak, een fiets met een soort van bankje voorop. We treffen dezelfde ‘taxichauffeur’ als die van een paar dagen geleden. Tja, ook dat schept een band. In de leerfabriek blijkt alles nog met de hand te gaan, ook het stikken van de naden. Eerst prikken ze gaatjes in het leer en iemand anders naait het verder aan elkaar. Erg leuk om eens bij een ‘concurrent’ van Mirjam d’r bedrijf te kijken.

Daarna bezoeken we een bedrijfje waar ze zilveren sieraden maken. Het is ongelooflijk wat ze met simpel gereedschap kunnen maken. Je gelooft haast niet dat ze dat zonder vergrootglas kunnen fabriceren. En allemaal vanuit de ruwe grondstof. Als echte Hollanders kopen we natuurlijk niets, we houden meer van goud… De rit met de Becak wordt helaas ruw onderbroken, doordat we te maken krijgen met een… lekke band! De volgende Becak-chauffeur (een oud baasje) laten we halverwege de terugreis maar stoppen. We zijn bang dat ie het einde niet haalt, zo langzaam en moeizaam gaat het allemaal. En dat allemaal voor 2.000 Rupia (zo’n 18 Eurocent), dat willen we niet op ons geweten hebben. We geven hem uiteindelijk 5.000 Rupia, ook al zijn we pas halverwege.

De middag gebruiken we om een beetje bij te komen en te relaxen. Op de Becak zijn we allebei weer een beetje aan het verbranden geslagen. Voor Mirjam is ontspannen een goed boek lezen bij een kop koffie verkeerd in het lokale winkelcentrum, en voor mij dus een beetje typen in een warm en donker Internet-café (ieder z’n hobby). Je vraagt je af waarom die Indonesiërs niet wat meer licht ontsteken, alles gaat hier in het donker (erg handig ook: zwarte toetsenborden met van die vervagende witte letters erop, en dat in deze duisternis…). Via het Internet ben ik op zoek naar mogelijkheden om met Kerst en Oud & Nieuw in Australië (Sydney e.o.) te verblijven, maar dat valt nog niet mee.

’s Avonds zijn we naar het poppendansen (schimmenspel) gaan kijken. Eerst maar eens kijken hoe ze die poppen maken. Die poppen blijken dus van leer te zijn. Ondanks dat de poppen vanachter een scherm worden getoond, worden ze minutieus geschilderd. Opnieuw valt op hoe gedetailleerd e.e.a. wordt beschilderd. Echt prachtig. Dan het poppenspel zelf, ahum. Had ik al verteld dat de belangstelling enorm is? Naast Mirjam en mijzelf is er… niemand! Het gezelschap (gamalan-orkest, zangeressen en één poppenspeler) bestond wel uit twaalf mannen en vrouwen. We waren dan ook van mening dat we van deze twee uur durende voorstelling moesten genieten, zo helemaal speciaal voor ons. Echter, hoe we ook onze best deden, na 40 minuten hebben we er de brui aan gegeven en zijn we stilletjes weggeslopen. Zouden ze het gemerkt hebben en zouden ze gewoon blijven doorspelen? Er was helaas geen touw aan vast te knopen aangezien er toch nog flink wat tekst bij kwam kijken waar we weer eens niets van verstonden. We vonden het eerlijk gezegd best wel slaapverwekkend, cultuurbarbaren als we zijn…

Aan het eind van de avond nemen we plaats op een bankje in de hoofdstraat van Yogyakarta, namelijk Malioboro Street. Er rijden brommertjes af en aan, met allemaal jongelui (twee jongens, twee meisjes, soms een jongen met zijn meisje en in een enkel geval papa, mama en daartussen en achterop nog een paar kinderen). Is dit de nieuwe manier van flaneren op zaterdagavond? We nemen er de tijd voor om te kijken of sommigen wellicht meerdere malen voorbij komen rijden (we kunnen ons niet voorstellen dat het allemaal naar één bestemming rijdt), maar het zijn er zoveel dat ons dat niet gaat lukken. Het maakt ons wel moe…

Dag 7 (09-12-05): Vanuit Yogyakarta naar Borobudur

’s Middags bezoeken we de Borobudur. Via een reisbureautje hebben we een tripje geboekt met een minibusje naar het Unesco-monument zo’n 40 km verderop. De maximale groepsgrootte zou 12 personen bedragen, maar we blijken met z’n… tweeën te zijn. Het busje waarin we zitten is nogal aan vervanging toe, maar de airco doet het! We hebben de zgn. Borobudur Sunset-trip geboekt. Hierbij is het de bedoeling dat je een geweldige zonsondergang te zien krijgt. Helaas regent het op de heenweg en is het nogal bewolkt. Eenmaal aangekomen houdt het op met regenen en is de temperatuur een stuk aangenamer geworden. De tientallen mensen die ons een paraplu te huur aanbieden (ja ja, ze spelen hier goed in op vraag en aanbod), zijn dus helaas te laat.

Dan de Borobudur zelf, die is erg indrukwekkend. Geen wonder dat het jaren geleden door z’n fundering is gezakt, zo groot is het. Voordat dit toch allemaal klaar was, daar zijn echt jaren overheen gegaan. Het meisje dat ons begeleidt blijkt maar weinig van de Borobudur af te weten, maar gelukkig hebben we zelf al e.e.a. in de reisgids gelezen en zijn we sowieso niet echt geïnteresseerd in het hele levensverhaal van Boedha dat is uitgebeeld in allerlei reliëfs in de volle breedte (of moet ik zeggen rondte) van het monument. Niet dat onze gids dat verhaal wel zou kunnen vertellen… Ik hoop snel foto’s toe te kunnen voegen.

Bovenop stuiten we op een grote groep ‘studenten’ van rond de 12 jaar uit het Oosten van Java. Of we met hun op de foto willen? We kijken eerst achterom om te kijken of ze iemand anders bedoelen, maar nee, ze willen echt met ons op de foto. Als ik de gids goed begrepen heb, kunnen ze daarmee studiepunten verdienen, want hé, ze hebben immers hun Engels in de praktijk gebracht (verder dan ” hé mister, how are you?” komen ze overigens niet). We (oké Mirjam, met name ik) voelen ons net filmsterren, zoveel fotoapparaten komen er ineens tevoorschijn. Maar het blijft leuk om te zien hoe ze je verlegen aan kunnen kijken, nog te bang om iets te zeggen, laat staan te gebaren…

Bij de uitgang van het complex is een compleet dorp aan souvenirstalletjes gebouwd, maar omdat het bijna sluitingstijd is, komen we er zonder al te veel nee schudden goed vanaf (@Pa, niet te vergelijken met de souvenirstalletjes bij de Chinese Muur, weet je nog?).

Dag 3 (05/12/05): Jakarta, universiteit, treinreis

Vandaag ontmoeten we in Jakarta Husnul, de zus van Ron (Javaanse vriend van ons die sinds kort in Nederland woont). Husnul studeert Informatica aan de Borobudur University in Jakarta. Overigens heeft Jakarta, met veel andere steden in Indonesië, meerdere universiteiten. We hebben om 9:30 uur in de lobby van ons hotel afgesproken. Husnul heeft nog een vriendin meegenomen want ze blijkt een beetje verlegen te zijn. Beide dames (begin twintig) lachen zich een deuk als ze ons zien. Haar broer had natuurlijk verteld dat ik een kaal hoofd heb, tja dat kon niet missen. Als we ons treinkaartje laten zien met vertrektijd 13:50 uur, blijkt dat we ons toch een beetje moeten haasten. Niet dat ze een druk programma op de universiteit hebben, maar het verkeer kan goed tegenzitten en we willen de trein niet missen.

Laat ik eerst even wat vertellen over het verkeer in Jakarta: ze hadden ons gewaarschuwd geen auto te huren, dat kon wel eens problemen opleveren. Nou, dat is zacht uitgedrukt! Zoals jullie waarschijnlijk wel weten mag ik graag autorijden. Maar hier in Jakarta is er geen haar op mijn hoofd (oké, dat zijn er niet zoveel) die er aan denkt zelf achter het stuur te kruipen. Wat chaotisch gaat het er hier aan toe. Ik denk dat de toeter het meest gebruikte onderdeel aan een auto is. Ongelooflijk dat aan alle auto’s nog beide buitenspiegels zitten, zo krap rijden ze hier naast elkaar. Verder denk ik dat je in Parijs meer auto’s met deuken aantreft dan hier. Hoe doen ze het..?

Na de maandagochtendspits getrotseerd te hebben (of staan hier altijd files?), komen we aan op de universiteit. Aangezien we onze rugzakken bij ons hebben, hebben we nogal wat bekijks. Na eerst onder een afdakje wat gegeten te hebben, krijgen we een rondleiding. We zien Husnul’s leslokaal en het computerlokaal. Moderne computers, maar nog geen flatpanels. Ook nemen we een kijkje in de bibliotheek. Aan boeken geen gebrek. Erg leuk om dit eens van dichtbij te bekijken. Als toerist kom je niet snel aan dergelijke zaken toe.

Na afscheid genomen te hebben (Husnul gaat niet mee met ons naar haar ouders want ze heeft de volgende ochtend een examen), hebben we toch nog wel wat tijd over op het treinstation. We proberen nog het derde treinkaartje (dat voor Husnul) te verkopen, maar als we naar een stekje achteraf worden gelokt laten we dat maar lekker zitten. We hebben tickets voor de Eksekutif-klasse, de meest luxe klasse met airco. Niet verkeerd, want we moeten toch een paar uur in de trein zitten.

We zijn zo benieuwd waar we terechtkomen, want we worden in Cirebon opgepikt door de ouders van Ron en we weten dat die ouders geen Engels spreken. Maar we hoeven ons daar geen zorgen om te maken als blijkt dat er maar liefst 5 mensen op ons staan te wachten, waaronder een Engelssprekende gids en een 16-jarig nichtje van Ron die ook goed Engels spreekt. Met een grote auto rijden we naar Majalengka, ongeveer 40 kilometer verderop waar de ouders van Ron wonen. Ron’s vader komt erg vriendelijk over (net als de rest van de familie overigens), maar moeder slaat alles. Als ze ons ziet barst ze spontaan in huilen uit, ze mist haar zoon natuurlijk ook heel erg. Het is echt schattig om te zien hoe ze, met haar hand op de knie van Mirjam, hele verhalen ophangt waar we natuurlijk geen woord van verstaan. Gelukkig wordt alles keurig vertaald.

De familie woont in een schattig huisje, met ernaast een groot kippenhok want dat is de inkomstenbron van de familie. Ze staan namelijk met kippen op de plaatselijke markt. Je zou kunnen stellen dat we het gevaar nogal opzoeken: overnachten bij moslims en wonen naast de kippen, maar we hebben echt niets te vrezen. Moeder zorgt ervoor dat we goed te eten krijgen (we moeten van alles proberen, ook veel vruchten die in de eigen tuin groeien). Op ons slaapkamertje is geen airco, maar da

n hebben we ook geen lawaai van zo’n apparaat (ze zijn wel handig, maar ik kan er niet van slapen). Een douche moeten we eveneens ontberen, ze hebben alleen een grote bak met water waar we met een kommetje water uit scheppen. ’t Is even wennen, maar al snel weet je niet beter.

Uiteraard moeten er foto’s gemaakt worden, want dit is uniek. Bovendien kunnen we straks Ron laten zien hoe het met zijn ouders gaat. Al pratend wordt het laat, maar dat hebben we eigenlijk pas de volgende ochtend in de gaten: het leven begint hier veel vroeger dan bij ons. Als we ons een beetje naar het leven hier willen richten, moeten we om 6:00 uur opstaan en gaan we tegen tienen naar bed. Tot zover de eerste drie dagen: foto’s en de rest van de verhalen volgen snel.

Dag 2 (04/12/05): Jakarta

Na nog net op tijd het ontbijt meegepikt te hebben, zijn we weer het bed ingedoken om nog wat bij te slapen. We hebben de afgelopen weken voor de vakantie allebei hard gewerkt en dat kunnen we nu goed merken. Begin van de middag zijn we dan zover dat we de stad in kunnen. Nu met een echte taxi: starttarief 5.000 Roepia (iets van 45 eurocent) en voor nog geen twee Euro staan we op het Gambir Station om ons treinkaartje naar onze volgende bestemming te kopen. Iedereen is erg behulpzaam, zelfs de politieagent laat ons zien hoe we een formulier moeten invullen om aan de kaartjes te komen. Glimlachende mensen overal waar je kijkt (of lachen ze nog steeds om mijn kale hoofd?).

We nemen weer een taxi, nu naar het oude centrum van Jakarta. Daar stuiten we op een aardige vent die goed Nederlands spreekt, dat heeft ie van zijn opa geleerd. Hij neemt ons een beetje op sleeptouw en laat ons leuke stekjes zien. We zijn nog een beetje huiverig vanwege onze slechte ervaring met de taxi op het vliegveld, maar deze meneer is anders. Hij laat ons de lokale markt zien en ook zijn eigen huis en familie, en wil ons in een bootje laten stappen om naar de echte haven te gaan. Maar we hebben sterke twijfels bij de kwaliteit van de boot en gaan niet op zijn aanbod in. We willen niet in de eerste de beste haven stranden…

Lopend langs drukke straten (jeetje, wat went dat snel), lopen we richting het moderne centrum. In een warenhuis kopen we een lekkere versgeperste jus d’orange, al moeten we wel aangeven dat we die puur willen, anders gooien ze er water bij. Na flink wat kilometers geslenterd te hebben, gaan we op zoek naar een restaurant. Daarbij lopen we nog tegen een bruiloft aan. Nieuwsgierig als we zijn (iedereen blijft lachen), staan we uiteindelijk op een zeer fraaie binnenplaats met ongelooflijk veel mensen, een uitgebreid buffet en een band met zangeres. Dit net getrouwde echtpaar moet wel rijk zijn… Ondanks dat we honger hebben proberen we ons niet tussen de rij bij het buffet te wurmen. Ons uiterlijk en kleding zorgt er helaas voor dat we niet kunnen opgaan in de rest van de gasten.

In het restaurant dat onze goedkeuring kan wegdragen blijken ze geen menukaart te hebben! Op zich niet vreemd als je bedenkt dat het hier gebruikelijk is om alle gerechten op borden op je tafel te serveren zodat je zelf een keuze kunt maken (soort van zittend buffet, haha). Dat wat je niet eet hoef je niet af te rekenen en gaat… terug in de pan! Het blijft wennen allemaal…

Dag 1 (03/12/05): aankomst in Jakarta

De reis verliep voorspoedig (wat een tweetal goede films in het vliegtuig al niet kunnen doen, dat geluk moet je maar hebben). Een tussenstop in Kuala Lumpur (en ik maar denken dat we rechtstreeks op Jakarta zouden vliegen). Maar zoveel kerosine is er niet aan boord, dus moeten wel landen om bij te tanken. Dan, na een probleemloze doorgang bij de douane, op het vliegveld van Jakarta eerst maar eens geld pinnen. Dat was nog even spannend, want pas de vierde automaat deed wat wij wilden: de gleuf openen met Roepia’s. Duidelijk is dus dat niet alle automaten het Cirrus/Maestro protocol accepteren! We worden overigens ook meteen geconfronteerd met de temperatuur: 30 graden en het voelt behoorlijk klam aan allemaal.

Na een veel te duur betaalde taxi (we hadden nog zo gevraagd of hij een meter in de auto had, ja, ja, die had ie, maar dat bleek uiteindelijk gewoon de kilometerteller te zijn…), komen we aan in een zeer luxe maar betaalbaar hotel: 4 sterren voor 40 dollar per nacht. Aan het eind van de vakantie zal blijken dat dit ons duurste hotel in Indonesië is. Op de 17e verdieping maken we nog mooie foto’s van het geweldige uitzicht.

Inmiddels is het al avond geworden en om toch nog wat van de stad te zien, besluiten we een stukje rond het hotel te gaan lopen. Nou, dat is al een ervaring op zich: iedereen kijkt me lachend aan vanwege mijn kale hoofd, dat kennen ze hier niet. Aan de rand van de drukke straat staan allerlei stalletjes met etenswaren, flessen water, beltegoedkaarten en andere primaire zaken. Omdat het verkeer maar voorbij blijft razen, lijkt het ons geen goed idee iets van het eten te proberen vanwege de uitlaatgassen. Bovendien wordt er met primitieve middelen gekookt èn afgewassen (zag je die rat daar wegschieten?). We schrikken eerlijk gezegd behoorlijk van de omstandigheden waaronder mensen hier leven. Je kunt het een cultuurshock noemen.

Collega’s bedankt!

Lieve (digitale) collega’s van OMD,

Allemaal hartelijk dank voor de goede wensen en de leuke cadeautjes. We gaan er zeker een fijne tijd van maken. Maar ik kijk er nu al naar uit om in februari 2006 weer bij jullie aan de slag te gaan. De afgelopen zeven weken zijn enorm snel gegaan, want ‘time flies when you’re having fun’!